Poëzie-uur

Elke 1e donderdag van de maand wordt van 12 – 13 uur het Poëzie-uur gehouden.

Er is gelegenheid om gedichten aan elkaar voor te lezen, gedichten naar eigen keuze, soms gerelateerd aan een thema. Vaak gaan we qua thema mee met de seizoenen van het jaar.

Iedereen kan binnenlopen, bezoekers kunnen ook zelf gedichten meebrengen.

In de winter wordt de kerk hier niet speciaal voor verwarmd, dan heb je dus wel een jas nodig.

In de zomer is het heerlijk koel!

 

Vakantie tijdens de maanden juni-juli en augustus.

HIERONDER VINDT U GEDICHTEN/TEKSTEN DIE DE DEELNEMERS DE MOEITE WAARD VINDEN OM OP DE WEBSITE TE PLAATSEN

Kwetsbaar                                         

Kleur betovert

Kracht voelbaar verrast

Kort bloeiend alsook hoopgevend
Klaproos

                                                 Piet de Bruin

 

 

De sokkelaar

 

Zie.
In mijn opperste concentratie.
Langzame beweging.
Aandachtig Zijn, als zegening.
Op sokkel staande, Tai Chi.
Zie.

 

De sokkelaar

                           Piet de Bruin

 

 

Toorenvliedt Labyrint, vrije inzichten   

Labyrint van schelpen en stenen

als weerspiegeling van het  leven met vele wendingen en gezichten

Al lopende, stilstaan, verder gaan.

Hoe nu verder me richten?

 

Veranderingen, welke gevolgen, wie komt erover de brug?

Verlangen van wens naar werkelijkheid.

Het labyrintpad op weg naar ’t hart en terug.

Hoe wordt de dagelijkse realiteit?

                                                                      Piet de Bruin

 

Oostkerk met verlichte koepel ter nagedachtenis van iemand

Gedachtenis 

Groen, ontluikende natuur.
Groen wit, Middelburgs voetbalvuur.

 

Groen kerkkoepel licht, veilige baken.
Groen, hoop, stille wake.

                                    Piet de Bruin

 

 

 

 

Maanmaart roert haar staart

 

Soms staat de maan ’s ochtends nog volop.
Daarna verdwijnt ze, verschijnt weer, non-stop.

 

Maanlicht kracht van zaaien, oogsten, levenszin.
Een laatste levensfase dichtbij, gaat nu in.

Dankbaarheid voor lange vriendschap.
Nu ruimte geven, stap voor stap.

 

Verandering van maan als ’t levenspad van aards bestaan?
Een komen met bezieling, een tijd om verder te gaan?

 

Maanmaart roert haar staart

                                                    Piet de Bruin

 

Dagafscheid in ogenblik,
met schoonheid, heel even.
Daarna verder, onze eigen wegen.
Wanneer komen we elkaar weer tegen?

Waarachtig, volgende dag.
Dagafscheid met vrolijk vogelgefluit,
op zelfde tijd en plaats,
hoorde ik en zag.
Daarbij Huize Avondrood.
Dagafscheid gaf haar schoonheid bloot.
Daarna onze eigen wegen.
Wanneer komen we elkaar weer tegen?

Piet de Bruin

 

Lichtjes

Accentueren vijgenboomstruik

Troostbiedende handeling bemoedigt

Gemoedsonrust zorgelijk nieuwsbericht zoekt

Perspectief

 

Piet de Bruin

 

=======================

Ik wens u een jaar

als een alfabet

met letters van A tot Z,

Van arbeid, blijheid en creativiteit

tot zegen, zon en zaligheid

Guido Gezelle

 

 

Zacht is de waterkant
zacht is de groene weide;
maar zachter kleurt het land
ginds aan de overzijde.

Het riet, de oeverrand
fluist’ren te allen tijde
beloften in het land
ginds aan de overzijde.

En staande hand in hand
wij zwijgend turen beiden
naar ‘t licht bewaasde land
ginds aan de overzijde.

Zo na ons hart verwant
zo ver van ons gescheiden;
het onbereikbaar land
ginds aan de overzijde.

Ida Gerhardt

 

Jasmijn als dichter’s bloem

Zoete geuren komen me tegemoet, geven nieuwe zin.
Witte bloemenkleuren onthullen als sterrenhemel, het zomerbegin.

Zij, in volle pracht te bewonderen, tovert me om in onverwachte liefde, Jasmijn.
Onduidelijk, in verwarring, hoelang, welke termijn?

Wind en regen vergooit fel,
kwetsbare pure schoonheid, te snel.

Herinneringen opgesnoven, draag ik deze overweldiging, in me mee.
Hoelang houdt liefde stand, Jasmijn, jij, als een bedwelmende, oogverb(l)indende bloemenzee?

Piet de Bruin

 


Een late zomeravond, zonnegroet.
Voelbaar, als een liefdevolle kus,
tussen bomen over Walcherse graanvelden.
Warmte in mij, laat zich nu gelden.
Wennen doet ’t zelden.

 

Piet de Bruin